De Mystiek van de maand NOVEMBER*

 
Geen feest: De Mystiek van de maand NOVEMBER:
De laatste maand van het Kerkelijk Jaar geldt in de volksvroomheid als: ALLERZIELEN maand.
De liturgische betekenis is een andere.
Dan zullen wij de Kerkelijke Herfst als uitgangspunt moeten nemen.
November is daarom de hoogste climax van de verwachting van de voorbereiding op de wederkomst.
De Liturgie leidt ons naar het einde der tijden en wij kunnen deze maand de Apocalyptische maand of de maand van het einde der tijden noemen.
Reeds de eerste dagen van deze maand, het feest van ALLERHEILIGEN en daaropvolgend ALLERZIELEN laten ons aan de hemelse Liturgie deelnemen.
Spoedig daarop volgen twee feesten van Kerkwijding (basiliek van Lateranen en sint Petrus & Paulus te Rome, die eveneens eschatologische inslag hebben).
Letten we alleen maar op de lezing uit de heilige Schrift op deze twee feesten, die ons naar de Hemel leiden (Openbaring 21,9-18 en 18-27).
Bovendien hebben wij de laatste zondag van het Kerkelijk Jaar, die ons het laatste oordeel voor ogen houdt.
De maand November is ook:
de profetenmaand: de Kerk leidt ons binnen in de galerij der oude profeten.
De lezing uit de profeten staat geheel in dienst van de gedachte aan de wederkomst.
Zij moet ons de voltooiing van het Rijk van Christus en de overgang van het aardse Godsrijk in het Hemelse weergeven.  
 

Afbeelding invoegen

De heilige Schrift van het Oude Verbond telt vier grote en twaalf kleine profeten: de betekenis "groot "of "klein" slaat niet op de geestelijke grootte, maar op de omvang van de overgeleverde geschriften.
Twee van de grote profeten IsaÔas en Jeremias spreken op andere tijden tot ons (Advent & Passietijd).
Aan de twee andere grote profeten, (EzekiŽl en DaniŽl) worden in deze maand de eerste drie weken in geruimd, terwijl de overige twaalf kleinen in de laatste twee weken zeer kort aan het woord komen.
De lezingen van de profeten zullen aantrekkelijker voor ons worden, als we weten, welke taak de profeten voor hun tijd hadden en welke betekenis ze nu voor onze Kerk hebben:

a. voor hun tijd:
Sinds Koning Salomon ging het met het Joodse volk steeds meer bergafwaarts, vooral toen het zich in twee rijken splitste.
Het gaf zich aan de afgodendienst over.
En daarmee aan alle zonden.
Aan waarschuwingen heeft God het niet laten ontbreken.
Om de ondergang van beide rijken te verhinderen.
Hij verwekte in die tijd profeten, talrijker dan tevoren, die met bovennatuurlijke verlichting uitgerust niet alleen de toekomst verkondigden, maar ook voor het tegenwoordige werkten, voor de afgoden dienst waarschuwden, tot boetvaardigheid aanspoorden; zij waren de door God gezonden leraars en predikers voor koningen, priesters en volk.
Daarbij wezen zij deels met bedreigingen deels met beloften op de toekomst, verkondigden het oordeel Gods, dat het onboetvaardige volk door verwoesting van het rijk en wegvoering in de gevangenschap treffen zou, trachtten echter de hoop op de beloofden Verlosser te verlevendigen wiens komst zij steeds duidelijker en scherper omlijnd aankondigden.
De Profeten waren dus de waarschuwende, opbeurende en genaden brengende stem van God in hun tijd.

b. voor onze tijd:
Wat echter betekenen de profeten voor ons?
De kerk laat de profeten ook tot ons spreken.
IsaÔas heeft het woord in de gehele Advent tot Kerstmis, ja, tot het feest van Driekoningen ofwel Openbaring..
Jeremias is de woordvoerder van de passietijd tot in de Goede Week.
De overige profeten spreken in de maand November tot ons.
Voor ons zijn de profeten steun en bewijs voor ons geloof, als wij lezen dat alles in vervulling is gegaan, wat zij tevoren verkondigd hebben. Tegelijkertijd geven zij ons ook voorspellingen over het einde der tijden en het hiernamaals.
Verder zijn zij ook nu nog onze boetepredikers (bijv. in de vastentijd).
Maar daarmee is de diepste betekenis van de lezing van de boeken der profeten niet uitgeput.
De profeten zijn en blijven in de Kerk de grote verkondigers van de wil van GOD, Gods stem klinkt ook thans nog door hen tot ons oor: "Zo spreekt de Heer".
Deze woorden, die wij zo dikwijls bij de profeten lezen, gelden thans nog in hun volle werkelijkheid.
Het sacramentaal werkende Woord Gods, door de profeten verkondigd, dringt as een tweesnijdend zwaard door ziel en lichaam (HebreeŽn 4,12).
De Profeten hebben evenals de Apostelen in het Godsrijk een eeuwige roeping.
Zijn de Apostelen de fundamenten, waarop wij in levende vereniging opgebouwd zijn, dan kunnen wij de Profeten als de grote herauten van de Wil van God aanduiden.
Tenslotte kunnen wij de Profeten slechts begrijpen van de Verlosser Jezus Christus uit.
Hij is het middel en doelpunt van het Godsrijk.
Hun taak was het hun tijd op de Verlosser voor te bereiden.
Omdat echter het werk van de Verlosser nog niet voltooid is, is ook hun heraut roep niet verstomd.
De Profeten roepen ons even actueel als in die tijd toe: "Doet boetvaardigheid, het Rijk Gods is nabij!"