H.H. MichaŽl, GabriŽl en RafaŽl

 
In het deuterocanonieke bijbelboek Tobit wordt verteld hoe de jonge Tobit op zijn levensweg wordt vergezeld door een reisgenoot die zich aan het eind van het verhaal openbaart als de aartsengel RafaŽl: "Ik ben RafaŽl, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.Ē [Tobit 12,15] Drie van hen worden in de bijbel met name genoemd: MichaŽl, GabriŽl en RafaŽl. De vier anderen zijn ons bekend via buitenbijbelse bronnen: UriŽl, BerachiŽl, JehudiŽl en ShealtiŽl.

RafaŽl Aartsengel
De aartsengel RafaŽl komt voor in het apocriefe bijbelboek Henoch (09,01 vv.). Daar wordt verteld hoe hij tezamen met MichaŽl, GabriŽl en UriŽl de nood van de aardbewoners onder Gods aandacht brengt. Deze zendt hen vervolgens uit om de veroorzakers van alle ellende, de opstandige en gevallen engelen, onschadelijk te maken. In het bijbelboek Tobit (dat door de katholieken wel, maar in navolging van de joden door de protestanten niet als echt wordt erkend) wordt verhaald hoe de aartsengel RafaŽl de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door RafaŽls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel RafaŽl zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: RafaŽl = 'God geneest'.
 

Aan het eind van het verhaal maakt Tobias' reisgezel zich bekend als RafaŽl, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.
 
Verering & Cultuur
Bij de officiŽle kerkwijding van de nieuwe domkerk in Halberstadt in 992, was er ook een altaar van de heilige aartsengelen MichaŽl, GabriŽl en RafaŽl. Paus Benedictus XV (Ü 1922) stelde zijn feest op 24 oktober. Sinds de liturgische hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie in 1969 wordt hij tezamen met de andere aartsengelen gevierd op 29 september.
 
Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon). Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest. Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid. Zo is het te verklaren dat zijn naam zelfs voorkomt in de Haagse sportvereniging RAVA (= RaphaŽl Afdeling Voetbal en Atletiek).
 
Hij wordt afgebeeld met vleugels (in de voorstellingswereld van gelovigen vliegen engelen tussen God en mensen heen en weer); hij heeft Tobias bij de hand; met wandelstok, veldfles en reistas (waarin de gal van de vis werd opgeborgen); met een vis. Eens kreeg de Italiaanse Renaissanceschilder Rafael de opdracht een schilderij te maken, waarop Jezus' moeder Maria en de heilige aartsengel RafaŽl te zien zouden zijn. Hij beeldde de aartsengel af tezamen met Tobias; de jongen geeft zijn vis aan Maria...
 
 
GabriŽl Aartsengel
GabriŽl is één van de aartsengelen, die in de Joodse traditie met name worden genoemd. Naast hem kennen wij nog MichaŽl en RafaŽl. In het Oude Testament horen we voor het eerst van GabriŽl in de profetieŽn van DaniŽl: 8,16 en 9,21. De eerste keer wordt hij opgeroepen om aan DaniŽl een hemels visioen uit te leggen; de tweede keer komt hij naar DaniŽl toevliegen om hem een bericht uit de hemel te brengen. Buiten de Heilige Schrift horen we ook van hem in het Eerste Boek Henoch.
 
GabriŽl is het meest bekend geworden door de rol die hij speelt in het Nieuwe Testament. Hij kondigt de geboorte aan van Johannes de Doper, wanneer diens toekomstige vader, de priester Zacharias, dienst doet in de tempel. Hij verschijnt hem naast het altaar; en als Zacharias hem iets tegenwerpt, wordt hem door de engel het zwijgen opgelegd totdat het kind Johannes geboren zal zijn.
 
Lucas 01,05-25
05 In de dagen van Herodes, koning van Judea, leefde er een priester Zacharias geheten, die behoorde tot de klasse van Abia. Hij had een vrouw uit de dochters van Ašron en haar naam was Elisabet.
06 Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van de Heer.
07 Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar en beiden waren al op gevorderde leeftijd.
08 Toen Zacharias voor God mocht optreden omdat zijn klasse de beurt had, geschiedde het, dat hij,
09 zoals onder de priesters gebruikelijk was, door het lot werd aangewezen om de tempel des Heren binnen te gaan en het wierookoffer op te dragen.
10 Het gehele volk stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden. 1
1 Er verscheen hem een engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar.
12 Toen Zacharias hem zag, ontstelde hij en werd door vrees bevangen.
13 Maar de engel sprak tot hem: "Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen.
14 Ge zult verheugd zijn en het uitjubelen en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
15 Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer; wijn of sterke drank zal hij niet drinken, en nog in de schoot van zijn moeder zal hij met de heilige geest vervuld worden.
16 Vele zonen van IsraŽl zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God.
17 Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia om de gezindheid van de vaderen te doen terugkeren in de kinderen en de ongehoorzamen te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen en zo voor de Heer een welbereid volk te vormen."
18 Maar Zacharias zei tot de engel: "Hoe kan ik dat weten? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren."
19 De engel antwoordde hem: "Ik ben GabriŽl die voor Gods aangezicht staat, en ik ben gezonden om tot u te spreken en u deze blijde boodschap aan te kondigen.
20 Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken tot de dag waarop dat zal gebeuren, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan."
21 Intussen stond het volk op Zacharias te wachten en ze verwonderden zich dat hij zo lang in het heiligdom bleef.
22 Toen hij naar buiten kwam, was hij niet bij machte tot hen te spreken en zij begrepen, dat hij in het heiligdom een verschijning gezien had. Maar omdat hij stom bleef, kon hij slechts tegen hen gebaren.
23 Toen de tijd van zijn tempeldienst om was, ging hij naar huis terug
24 en enige tijd later werd zijn vrouw, Elisabet, zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen en daarna sprak zij:
25 "Dit heeft de Heer voor mij gedaan toen het Hem behaagd had mijn schande bij de mensen weg te nemen."

Vervolgens verschijnt de engel GabriŽl aan Maria om haar aan te kondigen dat zij de moeder van Gods Zoon zal worden. Ook zij plaatst een tegenwerping, maar dat stelt de engel juist in staat grote beloften over het komende kind uit te spreken...
 
Lukas 01,26-38
26 In de zesde maand werd de engel GabriŽll van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret,
27 tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.
28 Hij trad bij haar binnen en sprak: "Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!"
29 Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen.
30 Maar de engel zei tot haar: "Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
31 Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven.
32 Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
33 en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen."
34 Maria echter sprak tot de engel: "Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?"
35 Hierop gaf de engel haar ten antwoord: "De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God.
36 Weet, dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand;
37 want voor God is niets onmogelijk."
38 Nu zei Maria: "Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord." En de engel ging van haar heen.
 
De volgelingen van Mohammed zijn ervan overtuigd, dat het de engel GabriŽl was die hem in de eenzaamheid de Koran heeft gedicteerd. Dat moet ongeveer tussen 610 en 630 geweest zijn.
 
Verering & Cultuur.
In de tijd van patriarch Nicolaas Chrysoverges (984-996) zat een monnik 's nachts in zijn cel de getijden te bidden van de Heilige Maagd. Hij woonde in het toenmalige Pantocratorklooster; tegenwoordig heet het naar de icoon die rond deze gebeurtenis werd vervaardigd. Hij was alleen, want zijn overste had iets te doen in Karyes. Juist was hij met zijn gezang aangekomen bij de woorden 'Eerbiedwaardiger dan de engelen...', toen er plotseling een man in de kerk verscheen, die een volkomen onbekende hymne begon te zingen; hij begon met de woorden 'Het is passend...' De monnik was diep getroffen, zowel door de woorden als door het hemelse gezang.
 
Toen wendde de vreemdeling zich tot de monnik: "Dat zingen we bij ons altijd zo." De monnik wilde het graag vastleggen en bracht een marmeren schrijftabletje tevoorschijn; de gast schreef erop met zijn vinger alsof hij op was schreef in plaats van steen. Daarna was hij verdwenen. Het was de aartsengel GabriŽl. Het tabletje werd naar Constantinopel overgebracht met als gevolg dat de hymne tot op de huidige dag nog steeds in de oosterse liturgie wordt gezongen:
'Het is passend U te zegenen;
U bracht God voort, altijd gezegende en allerzuiverste Moeder van God.
Eerbiedwaardiger dan de cherubijnen zelfs de serafijnen zijn in heerlijkheid niet met U te vergelijken.
Ongerept bracht U Gods Woord ter wereld,
U bent waarlijk de Moeder van God.
Wij brengen U lof.'
 
Hij wordt afgebeeld met scepter en globe; kruis; leliestengel; olijf- en palmtak (in hoge Middeleeuwen en renaissance vooral bij Annunciatie); schriftrol; soms met een wierookvat; zwaard; duif (Heilige Geest); staand op bankje (in Byzantijnse voorstelling, teken van waardigheid).
 
In de kunst is de Boodschap van de aartsengel GabriŽl aan Maria ontelbare malen afgebeeld; het meest in het tijdperk van de Renaissance, toen de gelovigen juist bijzonder geÔnteresseerd waren in de grootheid van de mens, en dus eens te meer in de bijzondere grootheid van de menswording van God in Jezus. Ook op oosterse iconen wordt dit feest graag afgebeeld.
 
Heel vaak komt de engel, herkenbaar aan zijn vleugels, van links op Maria af, met vooruitgestoken vinger of hand; Maria bevindt zich meestal rechts op de afbeelding; zij schrikt op uit haar gebed dikwijl met een (gebeden)boek in haar nabijheid; zij wendt zich op de nadering van de engel enigszins af. Ergens op de afbeelding is haast altijd een lelie te vinden, symbool van het feit, dat Maria maagd blijft terwijl zij van de Heilige Geest een kind ontvangt in haar schoot.
 
Op Middeleeuwse afbeeldingen is God de Vader in de hemel ook te zien, en soms ook de Heilige Geest, voorgesteld als een duif, die van God naar Maria vliegt; een enkele keer bevindt zich in de baan van God naar Maria ook een klein bloot Jezuspoppetje kompleet met een kruisje over zijn schouder... Hij duikt a.h.w. Maria in! Op zulke afbeeldingen wordt het mysterie wel erg kneuterig in beeld gebracht; anderzijds is dat een aanwijzing hoe vertrouwd men zich voelde bij (de dingen van) God.
 
Wanneer op zo'n voorstelling van 'Maria Boodschap' (ook wel 'Annonciatie' of 'Annunciatie' genoemd) ergens een doek bevindt die ogenschijnlijk zomaar is opgehangen, dan is die symbool voor het menselijk lichaam waarmee God zich in Jezus bekleedt...!
 
GabriŽl is patroon van de post, telegraaf- en telefoondienst; sinds 1951 ook van persagentschappen, nieuwsdiensten, radio- en televisiemedewerkers; van boodschappers, brievendragers, postboden en krantenbezorgers; daarnaast ook van postzegelverzamelaars; hij wordt ook aangeroepen bij kinderloze huwelijken.
 
 
De naam van de aartsengel MichaŽl (Sint-Michiel) komt voor in zowel het Oude als het Nieuwe Testament en ook in de Koran. Daarom heeft MichaŽl voor zowel Joden, Christenen en Moslims een heilige betekenis.
 
In het boek DaniŽl 10: 13 wordt hij beschreven als de voornaamste der vorsten en de beschermer van het vrome IsraŽl. Met de aartsengel GabriŽl verklaart hij aan DaniŽl het profetische beeld dat die gezien heeft.
 
Joodse legenden
In het Eerste boek van Henoch deelt MichaŽl zijn positie als aartsengel met GabriŽl, UriŽl en RafaŽl. In 1 Henoch 20:1,5,6 staat: 'Dit zijn de namen van de heilige engelen die waken: (...) MichaŽl, een van de heilige engelen, om te getuigen, hij die over het beste deel van de mensheid aangesteld is en over chaos.' MichaŽl komt ook éénmaal voor in het Visioen van GabriŽl, waar hij samen met anderen aan God een vraag stelt.
 

De naam Michael betekent: Wie is als God.
 
In het Nieuwe Testament, Judas 9, strijdt hij met de satan om het lijk van Mozes. We lezen daar: "Maar MichaŽl, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u!" Een uitleg is dat door de overwinning van Jezus op de dood, het kwaad niet langer de baas is in de wereld, maar wel op aarde blijft bestaan als vijand van al degenen die Gods wil opvolgen. In het boek Openbaring van Johannes (12: 7-12) voert MichaŽl oorlog tegen de draak. Zo staat er geschreven: "En er kwam oorlog in de hemel; MichaŽl en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen stand houden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden." Hij is de aanvoerder der engelen, de overwinnaar van boze machten, beschermheer van de Christenen. In het latere volksgeloof is hij de begeleider van de zielen die gestorven zijn op hun weg naar de hemel. De bekende spiritual "Michael, row the boat ashore, Alleluia!" gaat over die reis van de gestorven zielen.
 
Christelijke legenden
In Rome wordt op 8 mei bovendien de verschijning aan paus Gregorius I gevierd. De engel zou tijdens een pestepidemie verschenen zijn, vliegend in de lucht terwijl hij zijn vlammend zwaard in de schede stak.
 
MichaŽl komt ook voor in de 'Legende van het Heilige Kruis'. Volgens een legende kreeg Seth van de aartsengel MichaŽl een tak van de verboden boom om zijn vader Adam te genezen toen die op zijn sterfbed lag. Toen hij terugkwam, was zijn vader echter al dood. Seth plantte de tak op Adams graf. De boom die daaruit groeide, zou uiteindelijk het hout leveren voor het kruis van Jezus.
 
Christelijke Cultuur
De bovengenoemde 'Legende van het Heilige Kruis' is door Agnolo Gaddo als fresco geschilderd in de kerk S. Croce te Florence. Bekend is de Mont Saint-Michel in NormandiŽ, aan deze engel toegewijd. Paus Gregorius I wijdde aan hem de Engelenburcht te Rome toe, dat was omdat de aartsengel tijdens een pestepidemie aan de paus verschenen was. De aartsengel gaf zijn naam aan de Franse Orde van de Heilige MichaŽl, de Britse Orde van Sint MichaŽl en Sint Joris en de Beierse Huisridderorde van de Heilige MichaŽl.
 
MichaŽl is de patroon van de wapendragers, en vanwege zijn weegschaal ook die van de bakkers, de weegmeesters en de apothekers en verder van de ambulanciers, de artiesten, de bankiers, de stervenden, de kruideniers, de paramedici, de zieken, de armen, de zwaardsmeden, de ruiters, de soldaten, de politiemannen, de hoedenmakers, de blik- en tingieters, de wagenmakers, de radiomechanici, de snijders, de glazenmakers, de steenhouwers en de schilders. Hij is ook de patroonheilige van Avekapelle, Harlingen, Emmeloord, Brussel, Brecht, Bree, Keerbergen, Cornwall, Dormagen, Duitsland, aartsbisdom Mobile, Zeitz, Zwolle, UmbriŽ, Pontassieve, Papoea-Nieuw-Guinea, Puebla, äibenik, het bisdom San Angelo, San Miguel de Allende, Tegucigalpa, het aartsbisdom Seattle en het bisdom Springfield. Tevens is hij patroonheilige van OekraÔne en de OekraÔense hoofdstad Kiev en staat hij daarom afgebeeld op de vlag en het wapen van Kiev. Hij wordt aangeroepen voor een goede dood en tegen bliksem en donder.
 
In de beeldende kunst werd MichaŽl in de Byzantijnse tijd afgebeeld gekleed in een chlamys van het keizerlijk hof. In de hand draagt hij dan een lange staf waaraan een wimpel is bevestigd met in de Griekse taal de woorden: "Heilig, heilig, heilig," uit het boek Jesaja 6:3. In het Westen draagt hij meestal een tuniek of is hij als ridder gekleed met zwaard en hellebaard.
 
De feestdag van deze aartsengel is op 29 september, waarvan ook de naam "Sint-Michielszomer" is afgeleid.
 
Koran
In de Koran wordt MichaŽl slechts eenmaal genoemd. Soera 2:99 luidt: 'Al wie een vijand is van God en Zijn engelen en Zijn boodschappers en GabriŽl en MichaŽl, God is een vijand van zulke ongelovigen.' (God is nooit vijand van iets of iemand, men kan deze soera beter vertalen als: God is niet met zulke ongelovigen.)