8. Hoe openbaart God zich in het Oude Testament?

God toont zich in het Oude Testament als een God die de wereld uit liefde geschapen heeft en de mensen trouw blijft, zelf wanneer zij zich in zonde van Hem afkeren.
 
God laat zich ervaren in de geschiedenis. Met Noach sluit Hij een verbond dat alle levende wezens gered zullen worden. Hij roept Abraham en maakt hem tot 'Vader van vele volken' (Gen. 17:5), en in hem zegent Hij 'alle volken op aarde' (Gen. 12:3). Het volk IsraŽl dat uit Abraham voortkomt, rekent Hij tot zijn eigendom.
Aan Mozes stelt Hij zich voor met zijn naam. Zijn mysterievolle naam is JAHWE; die naam betekent IK KEN DIE IS (Ex. 3:14). Hij bevrijdt IsraŽl uit de slavernij van Egypte, sluit op de SinaÔ een verbond met hen en geeft hun via Mozes de Wet. Steeds weer stuurt God profeten naar zijn volk, om het op te roepen tot ommekeer en hernieuwing van het verbond. De profeten kondigen aan dat God een nieuw en eeuwig verbond zal sluiten, waarin alles radicaal vernieuwd en voorgoed verlost zal zijn. Dit vebond zal bedoeld zijn voor alle mensen.